Nashi (Japanse peer)
Japanse peer

Oorsprong / herkomst
De exacte oorsprong van de nashi (betekent in het Japans: peer) is niet bekend. Hoofdteler voor de nashi is Japan, voor China, Taiwan, Australië, Nieuw-Zeeland, Chili, Brazilië, VS. Sedert enkele jaren wordt de nashi ook in Italië, Spanje, Portugal en Frankrijk verbouwd.
Beschrijving:
Nashibomen lijken in hoogte en omvang op onze appelbomen, en kunnen dus net zoals deze plantagematig in rijen met verschillende houten "geraamtes" gekweekt worden. De vruchten van de favoriete soorten zijn bijna kogelrond en zijn aan steel en bloesemuiteinden afgeplat. De eetbare, dunne schil van de nashi is heldergroen tot geel of bronskleurig. Het vruchtvlees is helder, vast en knapperig, zeer sappig en heeft zeer weinig steencellen. De smaak herinnert aan het milde, zoete aroma van een sappige appel (peerappel). De kleur van de schil die van groen naar geel, respectievelijk van roestkleurig tot geel-roestkleurig verandert, is het beste kenmerk voor de rijpheid van de vrucht. Nashi's worden volrijp geoogst. Het watergehalte is hoger en het vetgehalte is kleiner dan het watergehalte van onze peer. De vrucht is een uitstekend dieetproduct.
Verkoop :
Nashi's zijn het gehele jaar door verkrijgbaar. De houdbaarheid bedraagt bij een temperatuur van 1° C en een luchtvochtigheid van 90 tot 95% ongeveer 2 tot 5 maanden. Nashi's zijn stoot- en drukgevoelig en rijpen niet na.
Gebruik
De nashi is een vrucht voor onmiddellijke consumptie. De soorten met een ruwe, roestkleurige schil worden geschild, maar kunnen echter ook met de schil worden geconsumeerd, die allerdings een licht bittere smaak heeft. Het klokhuis is zoals bij de appel eetbaar, doch zuurder dan het overige vruchtvlees van de nashi. Om de sappige verfrissing nog te verbeteren, moet de vrucht voor consumptie in de ijskast bij een temperatuur van 4 tot 5° C worden bewaard. De nashi kan ook worden gebruikt voor het toebereiden van desserts of sap, wijn of marmelade. De vrucht mag echter niet lang worden afgekookt en met ingrediënten moet spaarzaam worden omgegaan, om het eigen aroma niet te overtreffen.
