Granaatappel

Oorsprong / herkomst
De granaatappel stamt oorspronkelijk uit Perzië. Vandaag wordt de vrucht echter vooral in Spanje, Marokko, Egypte, Israël, Turkije, Peru, Afghanistan en Iran geteeld.
Beschrijving:
De vrucht behoort tot de besvruchten en groeit aan een struikachtige boom, die gedeeltelijk altijd groen blijft en 8 m hoog kan worden. De vorm van de granaatappel is rond, soms licht kantig en zijn gewicht varieert tussen 200 en 500 gram. De gladde, lederachtige schil is ongeveer 5 mm dik en is in rijpe toestand van de vrucht oranjegeel tot donkerrood gekleurd. Het binnenste van de vrucht bestaat uit meerdere waaiervormige zaadkamers die talrijke, platte zaadpitten bevatten. Het vruchtvlees rond deze zaadkamers ist zacht, glashelder, roze of donkerrood en heeft een aromatische zoetzure en sappige smaak. Als inhoudstoffen dienen vooral: 12 tot 14% suiker, vitamine C (7mg%) te worden genoemd. De vrucht heeft een hoog gehalte aan looizuur, dat vlekken op de kleding maakt die ook niet met een ontvlekker kunnen worden verwijderd.
Verkoop :
De granaatappel is praktisch het hele jaar door verkrijgbaar. Hij wordt rijp geoogst, omdat hij niet hoeft na te rijpen Onrijp geoogste vruchten zijn smakeloos, te laat geoogste vruchten zijn te gevoelig en barsten heel gemakkelijk tijdens het transport. Men kan de vrucht bij een kamertemperatuur twee tot drie weken bewaren waarbij de schil krimpt, vaster wordt maar het binnenste vers houdt.
Een lange termijnbewaring van meer dan 4 maanden is mogelijk bij een temperatuur rondom 10° C.
Gebruik
Het eetbare gedeelte is het witte, helder of donkerrode vlees van de zaadholletjes. De zaadpitten, die het genot min of meer beïnvloeden, worden uitgekauwd of kunnen mee worden opgegeten. Om de zaadpitten te bereiken, snijdt men een schijf af bovenaan de vrucht, of maakt men een inkerving. De harde oneetbare schil van de vrucht meermaals insnijden, het liefst zonder de zaadholletjes te beschadigen. De vrucht kan dan in meerdere stukken worden gebroken en de zaadpitten kunnen in een schaal worden opgevangen. De witte wanden kunnen in stukken worden verwijderd. Men kan de granaatappel ook halveren en de helften met het vruchtvlees naar onder op een bord leggen, waarna men met een stomp voorwerp tegen de zijden klopt zodat de zaadpitten op het bord vallen. Tijdens het uitlepelen van de helften kan de smaak worden verfijnd met een beetje brandewijn of rum. Om het sap op te vangen, drukt men de zaadhollen met de rug van een eetlepel samen boven een zeef. Pas op voor het wegspatten, want ook hier gaat het om vlekken die niet kunnen worden verwijderd! Door het sap te koken met suiker verkrijgt men de granaatappelsiroop, beter gekend als 'grenadine', die bij vele cocktails and longdrinks wordt gebruikt. De vlezige zaden zijn ideaal om te worden gebruikt als decoratiemateriaal bij fruitsalades, ijs, crèmes en puddingen.
