Artisjok
Oorsprong / herkomst
De oorsprong van de artisjok is niet precies bekend. De artisjok wordt in gematigde breedtegraden geteeld met een zwaartepunt rond het Middellandse Zeegebied. De belangrijkste teeltlanden zijn: Italië, Spanje, Frankrijk, Egypte, Israël.
Beschrijving
De artisjok is een ongeveer 2 meter hoge, distelachtige plant, die na 3 tot 4 jaar voldoende is gegroeid om geoogst te worden. De plant is zeer gevoelig tegen vorst. Voor consumptie zijn vooral de bloemkoppen van de artisjok geschikt. Deze kunnen een grootte bereiken van 7 tot 13 cm, hebben een violette of groene kleur en komen op een gewicht van 150 tot 500 gram. De rijpe, dennenappelvormige bloemkoppen bestaan uit een vlezige bodem en dakpanachtige, over elkaar liggende omhulselblaadjes. Neben einem hohen Eiweißwert enthält die Artischocke Calcium, Eisen, Provitamin A und Vitamin B. Darüber hinaus enthält sie die Stärke Inulin“. Dit wordt bij het koken van de artisjok omgevormd tot vruchtsuiker en kan zonder het hormoon 'inuline' worden afgebouwd, wat zeer belangrijk is voor de diabeticus. De artisjok wordt ook vaak ingezet bij lever-, gal- en maagproblemen. De smaak van de artisjok is fijn kruidig, bitterzacht en herinnert aan selderij met hazelnoten. Artisjokken zijn relatief dure groenten, omdat slechts 20% van de bloemkop eetbaar is. De artisjok wordt als een delicatesse aangezien en is een uitgesproken fijne groente.
Verkoop :
De artisjok is het hele jaar door beschikbaar door de verschillende oogstperioden in de landen van oorsprong. Het zwaartepunt van de oogst ligt in de late herfst en aan het eind van de lente. De artisjok is geen bewaargroente. Een optimale bewaring is er bij een temperatuur van 0° C en een luchtvochtigheid van 90 tot 100%, en dan is hij 2 tot 3 weken houdbaar. Bovendien moet hij bijvoorbeeld met huishoudfolie worden afgedekt en niet worden blootgesteld aan tocht, omdat hij zeer snel uitdroogt. Wanneer de artisjok uitgedroogde bladpunten vertoont of het omhulselblad naar het bruine toe kleurt, wil dit zeggen dat hij te lang werd bewaard wat tot een smaakverlies leidt.
Gebruik
De Franse keuken heeft de grootste keuze in recepten, omdat in het jaar 1800 de artisjok voor de adelstand tot de gerechten van de rijke edellieden behoorde. Alleen in Frankrijk en in andere zuidelijke landen wordt de artisjok als uitzondering rauw gegeten. In de overige landen wordt hij gekookt. De steel met de onderste omhulselbladen wordt afgesneden en de bloemkop wordt goed gewassen en daarna in kokend water gedaan. Men kan voor het koken de spitse, bittere blaadjes korter maken. Het kookwater wordt met zout, azijn en/of citroensap gekruid. De kooktijd bedraagt ongeveer 40 tot 45 minuten. Artisjokken niet(!) koken in aluminium pannen. Deze verkleuren de artisjok naar grijszwart. Bij het verbruiken worden de blaadjes uit de bloemkop geplukt en met het vlezige uiteinde in een pikante warme of koude dipsaus gedompeld en daarna met de tanden eraf getrokken. Vervolgens maakt men de bloembodem, het hart van de bloem, vrij voor consumptie. Daartoe moet de oneetbare fluwelige huid van de bloembodem met een mes worden geschraapt. De bloembodem kan ook gepaneerd, gebakken, in vet gebraden, in blokjes gesneden en eveneens met een saus gegeten worden.
